The Most Convenient Place to Buy College Papers
  • Top quality

    Plagiarism-free papers that
    exceed expectations

  • 1500 native writers

    Professional team of qualified
    writers including Masters & PhDs

  • Affordable prices

    Prices from just $7.5 per page;
    money back guarantee

Schizofrenie

Schizofrenie

Schizofrenie is e psychische aandoening die ongeveer 1% van de wereldbevolking treft [1]. De ziekte openbaart zich voornamelijk bij jonge mensen tussen het 15e en 30e levensjaar. Mensen met schizofrenie lijden aan positieve en negatieve symptomen. Positieve symptomen geven e overmaat of vervorming te zien van normale functies, enkele voorbeelden zijn hallucinaties, wanen, ongebruikelijke gedachten (paranoïde) en waarnemingen. Negatieve symptomen zijn echter tegengesteld, deze geven juist e afname te zien van normale functies, zoals apathie, emotionele onverschilligheid en sociale vervreemding. Tenslotte hebben schizofrene mensen, naast de al genoemde symptomen, vaak ook nog te maken met cognitieve tekorten: verzwakte functie van het werkgeheugen en conceptuele desorganisatie [1]. E behandeling met antipsychotica kan de psychotische verschijnselen doen verlichten. Voor de langere termijn wordt dit echter aangevuld met therapie, bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie. Dan gaat het meer om het voorkomen van de terugkeer van de symptomen, en om het opbouwen van e wat normaler maatschappelijk bestaan. Genezing van schizofrenie is hierbij nauwelijks bekend, voornamelijk vanwege het feit dat het e complexe ziekte is waarvan de daadwerkelijke oorzaak nog onbekend is [2][3]. Ze gebruikten familie-gebaseerde associatie analyses van SNPs en haplotype analyses om het dysbindin (DTNBP1) gen te identificeren. De hoogst significante associaties voor SNPs werden gevonden in introns 4, 5, en six [6][7][8]. Dit waren de eerste genen die in associatie werden gebracht met schizofrenie.

[10] Caroline M. Connor en Schahram Akbarian. DNA methylation changes in schizophrenia and bipolar disorderliness. Epigenetics 2008; 3: 55-58.

[25] David P. Gavin, Cherise Rosen, Kayla Furrow, Dennis R. Grayson, Nguwah Tun en Rajiv P. Sharma. Dimethylated lysine club of histone 3 is high-minded in schizophrenia and exhibits a diverging reception to histone deacetylase inhibitors in lymphocyte cultures. Psychopathology Neuroscience 2009; 34(3): 232-237.

DTNBP1

Threshold gebruik te maken van e brede epigenetische genoom benadering, hebben Petronis en collega’s recentelijk wel hundred plaatsen gevonden met veranderde CpG methylatie bij schizofrenie. Hierbij zijn ook andere gen families die gerelateerd zijn met het GABAerge systeem betrokken: glutamaat receptor genen (NR3B en GRIA2), glutamaat transporters (VGLUT1 en 2), en e proteïne welke de productie van GABA receptoren reguleert (MARLIN-1) [13].

13q34

HDAC1 expressie wordt geïnduceerd threshold neurotoxische stimuli en beschermt tegen celdood en DNA schade. Hieruit kan geconcludeerd worden dat e verhoogde expressie van HDAC1 e consequentie is van schizofrenie [24][25].

Yes*

Bij raising is men geïnteresseerd in omgevingsfactoren die van invloed zijn op e ziekte. Zo hebben bijvoorbeeld de sociale omgeving, giftige stoffen, nicotine, inebriant, psychostimulerende middelen en antipsychotische drugs invloed op DNA methyltransferases en methyleringspatronen in verscheidene weefsels, waaronder het centrale zenuwstelsel [10]. Behalve DNA methylatie wordt ook histon modificatie beïnvloed threshold omgevingsfactoren. Echter, omgevingsfactoren zijn van invloed op het ontstaan van schizofrenie via divers mechanismen. Epigenetische mechanismen is hier slechts één van. Aangezien epigenetica centraal staat in dit reexamination zal hier verder op in worden gegaan. Omgevingsfactoren die via andere mechanismen van invloed zijn op het ontstaan van schizofrenie liggen buiten het bereik van dit reappraisal. Hieronder volgt e bespreking van deze epigenetische mechanismen bij schizofrenie.

NRG1

Niet enkel de receptoren, maar ook glutamaat transporters spelen e belangrijke rol in het glutamaatsysteem. Er zijn verschillende glutamaat transporters, die te vinden zijn in het plasmamembraan van gliacellen en neuronen. E voorbeeld is de vesiculair glutamaat conveyor (VGLUT), die glutamaat verpakt in synaptische blaasjes. Deze conveyor is epigentisch veranderd bij patiënten met schizofrenie. Er is gebleken dat VGLUT1 is gehypermethyleerd en VGLUT2 is gehypomethyleerd in vrouwelijke patiënten. Bij deze methode wordt de vergelijking bestudeerd tussen het ontwikkelen van schizofrenie op latere leeftijd bij prim adoptiegroepen [1]. Hierbij zijn resultaten bekend van Wender en zijn collega’s die e cross-fostering methode hebben gebruikt. Er is gebleken dat 18.8% van de threescore nine-spot kinderen van schizofrene ouders en opgevoed doorway normale adoptieouders, op late leeftijd schizofrenie hebben ontwikkeld. In de groep met toekomstige schizofrene adoptieouders bleek 10.7% van de xx ogdoad adoptiekinderen dat te zijn [1][2][5]. Daarom suggereert dit dat zowel genetische als omgevingscomponenten risicofactoren zijn voor schizofrenie, alhoewel omgevingsfactoren weliswaar e wat lagere gremlin hebben.

Dit is ook de reden waarom het nog niet mogelijk is om één behandeling voor te schrijven, die voor alle schizofrenie patiënten e positief resultaat oplevert.

[20] Jonathan Factory, Thomas Tanginess, Zachary Kaminsky, Tarang Khare, Simin Yazdanpanah, Luigi Bouchard, Peixin Jia, Abbas Assadzadeh, James Flanagan, Axel Schumacher, Sun-Chong Wang en Arturas Petronis. Epigenomic Profiling Reveals DNA-Methylation Changes Associated with Major Psychosis. The American Diary of Homo Genetics 2009; 82: 696-711.

[12] Oliver D. Howes en Shitij Kapur. The intropin theory of schizophrenia: Rendering III – The last park footpath. Schizophrenia Bulletin 2009; 35(3): 549-562.

Yes

[19] C. THE Dopastat Guess OF SCHIZOPHRENIA.Wanneer er e verstoring optreedt in het functioneren van serotonine dan verhoogt dit de kans op psychische ziektes, zoals schizofrenie. Er zijn veertien serotonine receptoren geïdentificeerd in het serotonine systeem, waarvan de serotonine-2A (5-HT2A) receptor één van de drie subtypes is van de 5-HT2 receptor groep.Dit epigenetische simulation van schizofrenie vindt ondersteuning van het “Latent Early-life Associated Regularization’ (Read) simulation. Hallak. Glutamate-N-methyl-D-aspartate receptor intonation and minocin for the handling of patients with schizophrenia: an update. Brazilian Diary of Checkup and biologic explore 2009; 42(11): 993-1118.

Er zijn e aantal genen die geassocieerd worden met schizofrenie. Ook blijkt dat de omgeving van e individu van invloed is op het krijgen van schizofrenie. Moleculaire mechanismen die e rol spelen tussen genen en de omgeving, worden epigenetische mechanismen genoemd. Epigenetische mechanismen zorgen voor veranderingen in het DNA zonder wijzigingen in de DNA sequentie. De epigenetica slaat als het squander e brug tussen nature, de aanleg voor e ziekte bepaald doorway de genen van het individu, en raising, de invloed van de omgeving. Aangezien genen niet afdoende zijn ter verklaring van het ontstaan van schizofrenie, moet er e uitbreiding plaatsvinden. Wat is nu de invloed van epigenetische mechanismen bij het ontstaan van de ziekte schizofrenie? En is er e relatie tussen deze mechanismen en het minute waarop de ziekte schizofrenie zich openbaart? Om op deze vragen e antwoord te kunnen geven, zal allereerst worden gekeken naar de rol van genen bij schizofrenie. Vervolgens zal er e bespreking plaatsvinden van de relatie tussen de verschillende neurotransmissie systemen en schizofrenie. Hierbij zijn het GABA-, glutamaat-, serotonine- en het intropin systeem van groot belang. Specifiek zal worden ingegaan op epigenetische mechanismen bij bovengenoemde systemen. Tot slot wordt er e associatie gemaakt tussen het opstapelen van epigenetische mechanismen en het import waarop schizofrenie zich openbaart. Hierbij zal ook het Larn manakin worden besproken.

Tegenwoordig, is uit recentere meta-analyses gebleken dat deze genen veel belovend zijn geworden, wat betreft hun associatie met schizofrenie. Zo stapelt zich momenteel het wetenschappelijk bewijs op dat de genen NRG1 en DTNBP1 daadwerkelijk e rol spelen bij schizofrenie. Verder is gebleken, dat naast de al genoemde genen, verscheidene andere genen zijn geïdentificeerd die mogelijk betrokken zijn bij de aandoening: APOE, DISC1, DRD1/2/3/4, GABRB2, GRIN2B, HP, IL1B, MTHFR, PLXNA2, SLC6A4, TP53 en TPH1 [8][9]. Vele hebben nog e raadselachtige functie, maar de DRD genen bijvoorbeeld hebben e zeer invloedrijke functie op het dopastat systeem, deficiency ze coderen namelijk voor de verschillende intropin receptoren die in dit systeem van belang zijn. Hoe dit verband heeft met schizofrenie zal bij DNA methylatie nader worden uitgelegd.

USA X2, Indian

[16] Abraham Nudelman, Irit Gil-Ad, Nava Shpaisman, Igor Terasenko, Hanna Ron, Kinneret Savitsky, Yona Geffen, Abraham Weizman en Ada Rephaeli. A Common Prodrug Ester of GABA and Triavil Exhibits Antischizophrenic Efficaciousness with Vitiated Extrapyramidal Effects. Daybook of Aesculapian Alchemy 2008; 51(9): 2858-2862.

In de ontwikkeling van schizofrenie spelen epigentische mechanismen e belangrijke rol. Bovendien zijn zij geassocieerd met de genetische agent van schizofrenie. Histon modificaties bepalen namelijk de toegankelijkheid van DNA voor transcriptie. Modificatie van histonen en DNA methylatie kunnen de chromatine structuur veranderen. De methylatie van DNA heeft invloed op het dopamine-, GABA-, glutamaat- en het serotonine systeem, zij hebben op hun beurt invloed op het ontstaan van schizofrenie.

Indien e gen van invloed is op het ontstaan van schizofrenie, dan heeft e familielid van iemand met schizofrenie e groter risico op deze ziekte dan iemand uit de algemene bevolking. Al vroeg viel op dat de kans voor familieleden van schizofrene patiënten groter is dan 1% [4]. Uit deze familiestudies is gebleken dat eerstegraads familieleden van schizofrene patiënten e risico van 10% hebben om zelf ook schizofrenie te ontwikkelen. De kans voor tweedegraads familieleden ligt rond de 4% [4]. Wat opmerkelijk is, is dat ouders e kleinere kans (6%) op schizofrenie hebben dan de kinderen (13%) van iemand die aan schizofrenie lijdt [1]. Immers is het zo dat de ouders en de kinderen van de persoon met schizofrenie precise de helft van de genen hebben gelijk aan die persoon. E mogelijke verklaring hiervoor is, dat schizofrenie vaak ontstaat voordat men aan kinderen begint, waadoor er verhoudingsgewijs weinig ouders met schizofrenie zijn [4].

1q21-22

Wanneer clozaril wordt toegediend, is er e verhoging waarneembaar van onder andere GAD67 en de NMDA receptor subunit NR1. Clozaril kan dus voor e deel de verlaagde hoeveelheden compenseren van GABA gesynthetiseerde enzymen en andere genexpressie veranderingen, die te zien zijn bij schizofrenie patiënten [15].

[4] Ming T. Tsuang, William S. Rock en Stephen V. Faraone. Genes, surround and schizophrenia. The British Diary of Psychopathology 2001; 178: s18-s24.

[6] Paul J Harrison en Michael J Owen. Genes for schizophrenia? Late findings and their pathophysiological implications. The Lance 2003; 361: 417-19.

Er is tevens e verlaging te zien van AMPA receptoren in de hippocampus bij patiënten met schizofrenie, wat kan leiden tot cognitieve verslechtering. E mogelijke behandeling hiervoor is clozaril, die de glutamate neurotransmissie verhoogt [18].

De IJslandse decrypt Genetics Radical title in haar onderzoek eerst e genoom-brede read wat leidde tot aanwijzingen van herhaalde bevindingen dat schizofrenie verbonden was aan chromosoom 8p. Doorway identificatie is gebleken dat hier sprake was van het neuregulin one (NRG1) gen, die e significante associatie met schizofrenie toonde [6][7][8].

[18] Raffaella Molteni, Francesca Calabrese, Giorgio Racagni, Fabio Fumagalli en Marco Andrea Riva. Antipsychotic actions on cistron inflection and sign mechanisms. Pharmacology & Therapeutics 2009; 142: 74-85.

(dysbindin)

Het bewijsmateriaal voor dit familie factor in schizofrenie is uitvoerig aangetoond met adoptie- en tweelingstudies. Dit manakin geeft aan dat omgevingsfactoren ervoor kunnen zorgen dat epigenetische mechanismen in mob worden gezet, welke genen veranderen, beginnend in de vroege ontwikkelingsfases. Deze veranderingen zorgen er nog niet voor dat e ziekte op dat bit tot uiting komt, maar pas ulterior in het leven. Het LEARn-model concentreert zich op de regulatie gebieden (promotor) van genen en kijkt specifiek naar veranderingen in methylatie. Dit manakin zou van toepassing kunnen zijn op verschillende neurodegeneratieve en neuropsychiatrische ziekten. Er wordt gesproken o’er e accumulatie van epigenetische processen die uiteindelijk op latere leeftijd resulteren in ziekte, zie.[24] David P.

[17] Dragos Inta, Hannah Monyer, Rolf Sprengel, Andreas Meyer-Lindenberg en Pecker Gass. Mice with genetically neutered glutamate receptors as models of schizophrenia: A comp inspection. Neuroscience and Biobehavioral Reviews 2009;

Er is steeds meer bewijs dat DNA methylatie betrokken is bij het dysfunctioneren van GABAerge neuronen bij schizofrenie. In two g kwam uit autopsy onderzoek bij mensen met schizofrenie naar voren, dat de genen RELN en GAD1 waren downgereguleerd in GABAerge neuronen in de pallium en hippocampus. RELN codeert voor e extracellulair matrix proteïne dat niet alleen belangrijk is voor de neuronale ontwikkeling en synaps integriteit, maar ook e belangrijke rol speelt bij long-run potentiatie dat zorgt voor synaptische plasticiteit. RELN komt voornamelijk tot expressie in GABAerge interneuronen die glutamaatneuronen reguleren. GAD1 codeert voor het enzym GAD67 dat GABA synthetiseert uit glutamaat. Down-regulatie van deze genen verstoort de GABAerge neurotransmissie en de veranderde GABA activiteit is verantwoordelijk voor tenminste e aantal klinische eigenschappen van schizofrenie. De down-regulatie van bovengenoemde genen is voornamelijk het gevolg van hypermethylatie van de CpG eilanden in de promoters van deze genen [1].

Zoals eerder vermeld heeft schizofrenie dus e vrij hoge erfelijkheid, van ongeveer 60-80%. Deze erfelijke aard van schizofrenie is al e langdurige tijd erkend, maar het is juist de zoektocht, naar de onderliggende genen en de chromosomale loci, die langzaam en frustrerend verliep. Deze (schizofrenie)genen bleven lange tijd “ongrijpbaar” voor wetenschappers, waarschijnlijk omdat er veel ‘gevoelige’ genen zijn, elk van e klein core, die samen met epigenetische processen (DNA methylatie, histonen modificatie) en omgevingsfactoren e rol spelen [2][6]. De interactie tussen deze processen zal verder in het reassessment nog uitvoering aan bod komen.

Het gevolg van bovengenoemde mechanismen is dat de transcriptie van genen wordt beïnvloed. Van ten minste zeven genen is bekend dat ze betrokken zijn bij de ontwikkeling van schizofrenie.

[5] Cock McGuffin, Michael J. Owen en Anne E. Granger. Transmitted foundation of schizophrenia. The Lance 1995; 346; 678-682.

6p22

Dopastat is betrokken bij verschillende hersen functies, zoals attentie, executief functioneren (inclusief werkgeheugen) en belonende mechanismen. Het begrijpen van mechanismen die zorgen voor de regulatie van intropin, voornamelijk doorway het catecholamine-O-methyltransferase enzym (COMT), en de signaal transductie van dopastat receptoren in het limbisch systeem, zijn fundameneel voor onderzoek naar schizofrenie.

*About case-control studies deliver been damaging.

Threshold deze modificaties ontstaan er verschillende nucleosomen en nucleosoom-interacties. De interacties bepalen of er toegankelijke of gesloten regio’s ontstaan voor transcriptie, welke respectievelijk euchromatine en heterochromatine worden genoemd. De histonen en het DNA zijn in het laatste geval dicht op elkaar gepakt, zodat de transcriptiefactoren niet kunnen binden aan het DNA en er dan geen transcriptie kan plaatsvinden. Histonmodificaties zijn dus geassocieerd met genactivatie of met gen repressie [1][21].

In e aantal studies is schizofrenie onderzocht op verandering van histon modificatie bij specifieke genen in perifere bloedcellen met celkern en bij postmortal hersenweefsel. Er is onder andere e onderzoek geweest bij patiënten met schizofrenie, waarbij er chromatine uit de prefrontale pallium is gehaald. Hieruit blijkt dat er e verhoogde methylering is van het histon H3-arginine xvii residu bij patiënten met e tekort in metabolische genexpressie. Dit komt voornamelijk voor in neuronale celkernen, hierdoor vermoedt men dat sommige patiënten met schizofrenie ook meer algemene veranderingen van modificaties hebben in neuronen of andere cellen.

French Canadian, Russian

Bovendien zijn er verschillende hypomethylaties gevonden van glutamaat-receptor genen in het centraal zenuwestelsel bij patiënten met schizofrenie en psychoses. Er is hypomethylatie zichtbaar van het AMPA-receptor-subunit gen GRIA2 en het NMDA-receptor-subunit gen NR3B. Deze dysregulaties van NMDA en AMPA glutamaat receptoren zijn van groot belang voor de ontwikkeling van de pathologie van schizofrenie, zoals al eerder is besproken.

Dat epigenetische mechanismen van belang zijn bij schizofrenie is nu duidelijk geworden. Maar spelen deze mechanismen e rol bij het instant waarop de ziekte zich openbaart? Onderzoekers spreken ook wel concluded ‘het epigenetische manakin van schizofrenie’. Dit modeling houdt in dat schizofrenie het gevolg is van e serie epigenetische gebeurtenissen, beginnende bij e pre-epimutatie (e epigenetische verandering die plaatsvindt tijdens de gametogenese of embrygenese).

Histon modificaties zijn betrokken bij het opvouwen van het DNA in de cel en bij de regulatie van transcriptie. Histonen zijn proteïnen waar DNA omheen is gewikkeld. In de celkern vormen acht van deze proteïnen e octameer. Elk octameer is opgebouwd uit vier verschillende eiwitten: H2A, H2B, H3 en H4. Er zijn ook “linker histonen” die als “sand” dienen [13]. De histonen en het DNA tezamen vormen meerdere nucleosomen, dat chromatine wordt genoemd. In de nucleosomen vinden verschillende modificaties plaats bij de aminozuur residuen in histon staarten. E aantal voorbeelden zijn: methylering, lysine acetylering, serine fosforylering en ubiquitinylatie.

In deze situatie komen de adoptiestudies mooi van pas, omdat deze in het onderzoek e krachtige benadering van de gezamenlijke bijdrage van genetische en surroundings factoren, op psychiatrische ziektes weergeven. Bij alle patiënten met schizofrenie vindt er e verminderde expressie plaats van VGLUT1 en e verhoogde expressie van VGLUT2 [20]. Er is dus e associatie tussen schizofrenie en de glutamaat transporters, maar er moet nog verder onderzoek gedaan worden of het ook daadwerkelijk bijdraagt aan de genetische dysfunctie van schizofrenie [1].Er is ook onderzoek hiernaar gedaan bij muizen. Deze muizen kregen e chronische/langdurige behandeling van l-methionine, dat is e harbinger die noodzakelijk is voor DNA methytransferase activiteit. Threshold deze behandeling ontstond er e schizofreen-achtig fenotype bij de muizen. Bij de muizen werd e verhoogde methylatie van de RELN promotor aangetroffen en e down-regulatie van RELN en GAD1 in GABAerge neuronen.

12q24

1. Inleiding

E verandering van GAD67 RNA kan van belang zijn bij patiënten met schizofrenie, aangezien tekorten hiervan shop gevonden worden bij deze mensen in de cerebrale pallium, de hippocampus en andere delen van de voorhersenen, en het cerebellum. Er is bij deze verandering e verschuiving te zien van H3K4 naar H3K27 methylering op het GAD1 gen [13][22]. Het GAD1 gen speelt e belangrijke rol in het GABAerge systeem, dat op zijn beurt geassocieerd is met schizofrenie. Zie paragraaf “Het GABAerge systeem”.

(proline dehydrogenase)

Dainty isovormen van het COMT enzym zijn bekend: e membraan gebonden COMT (MB-COMT) en e cytoplasmatische COMT (S-COMT). De MB-COMT is verantwoordelijk voor intropin metabolisme in de hersenen. Om terug te komen op DNA methyleringsprocessen blijkt uit meerdere post-mortem hersen onderzoeken, dat de booster van MB-COMT gemethyleerd is, met als gevolg e verminderd dopastat metabolisme wat kenmerkend is voor schizofrenie [13].

Echter, de epigenetische veranderingen in RELN en GAD1 bij schizofrenie zijn niet alleen verantwoordelijk voor de ziekte, hierbij zijn meerdere genen betrokken [1].

Aangezien glutamaat en aim handelende NMDA receptor agonisten e toxische werking kunnen hebben, geeft men de voorkeur voor e behandeling met niet-toxische agonisen zoals D-serine, D-alanine, glycine en D-cycloserine. Deze laatste dainty kunnen e verbetering geven van de negatieve symptomen en de cognitieve verzwakking. D-alanine kan ook nog e verbetering geven op de positieve symptomen van schizofrenie, als het in combinatie met andere antipsychotica wordt ingenomen.

[14] R. Satta, E. Maloku, A. Zhubi, F. Pibiri, M. Hajos&sticker;, E. Rib en A. Guidotti. Nicotine decreases DNA methyltransferase one aspect and glutamic battery-acid decarboxylase 60 vii plugger methylation in GABAergic interneurons. PNAS 2008; 105(42): 16356-16361.

G72

Het dopastat systeem wordt als e belangrijk systeem beschouwd wanneer men kijkt naar de etiologie van schizofrenie. Bij schizofrenie spelen verschillende onderdelen van het verstoorde dopastat systeem e rol. Zo blijkt uit verschillende onderzoeken dat bij mensen met schizofrenie de presynaptische hoeveelheid intropin en de hoeveelheid dopastat die vrijkomt in de synaps verhoogd zijn. Bovendien worden er meer D2/3 receptoren in het striatum aangetroffen bij mensen met schizofrenie. Deze verhoging in D2/3 receptoren blijkt specifiek voor dit hersengebied te gelden, aangezien deze verhoging van D2/3 receptoren in andere hersengebieden niet aangetroffen wordt. Dopaminerge transmissie in de prefrontale pallium maakt voornamelijk gebruik van de D1 receptor. Dysfunctioneren van deze receptor wordt geassocieerd met e cognitieve stoornis en de negatieve symptomen van schizofrenie. Drie onderzoeken wijzen uit dat veranderingen in het aantal D1 receptoren in schizofrenie patiënten die geen medicijnen gebruiken, geassocieerd kan worden met e cognitieve stoornis en negatieve symptomen. De chronisch lage concentratie dopastat in de prefrontale pallium zorgt vermoedelijk voor e up-regulatie van de D1 receptoren.

French Canadian

Uit causa ascendence onderzoeken is de variatie in het gen dat codeert voor de 5-HT2A receptor (HTR2A) in verband gebracht met schizofrenie. In recente onderzoeken van Polesskaya et al. zijn prim polymorfische gebieden in HTR2A gevonden die gemethyleerde CpG eilanden hebben. Het eerste gebied is gelegen bij de 100 two T / C SNP en het tweede gebied bij de thou cd xxx 8 A / G SNP in de booster van het gen [13].

[8] Sibylle G. Schwab en Dieter B. Wildenauer. Update on key antecedently proposed campaigner genes for schizophrenia. Stream Belief in Psychopathology 2009; 22: 147-153.

Yes, inside bailiwick

8p12-p21

DNA methylatie is e modificatie aan het DNA. Drie enzymen bekend als DNA methyltransferases (DNMTs) katalyseren de toevoeging van e methyl-groep (-CH3) aan c bases in het DNA op de 5′ positie van de pyrimidine hoop. Cytosines die gevolgd worden doorway e g kunnen worden gemethyleerd. Deze CpG dinucleotide sequenties komen voornamelijk voor in de omgeving van gen regulatie gebieden in clusters genaamd CpG eilanden. Aan gemethyleerde cytosines gaan methyl-bindings proteïnen zitten, bijvoorbeeld MeCP2, en dit zorgt ervoor dat histone deacetylases (HDACs) worden aangetrokken. Histone deacetylases zijn enzymen die acetyl-groepen verwijderen van histonen. Deze gebeurtenissen zorgen ervoor dat de chromatine structuur constrict wordt, waardoor er suppressie van gen expressie plaatsvindt [11].

Het glutamaat systeem is e groot neurotransmitter systeem in het centrale zenuwstelsel, dat van belang is voor de neurotoxiciteit en de neuroplasticiteit. Hierbij zijn glutamaat enzymen, transporters, receptoren en glutamaat-geassocieerde PSD proteïnen betrokken.

[22] Huang H-S en Akbarian S. GAD1 mRNA Face and DNA Methylation in Prefrontal Pallium of Subjects with Schizophrenia. PLos ONE 2007; 2(8): e809.

De glutamaat receptoren bestaan uit ionotrofe en metabotrofe receptoren, die ieder onderverdeeld zijn in subtypen. De ionotrofe subtypen zijn de N-methyl-D-aspartic (NMDA), α-amino-3-(3-hydroxy-5-methyl-4-isoxazole)-propionic battery-acid (AMPA) en kainate (KA). Ieder subtype bestaat uit verschillende subunits, die de eigenschappen bepalen van de receptor. Veranderingen in de expressie van de subunits, kan de functie en ontvankelijkheid van het glutamaat systeem veranderen [17][18].

E mogelijke behandeling is het terugdraaien van de downregulatie van RELN, GAD1 en GAD67. Nicotine agonisten kunnen hiervoor gebruikt worden. Zij verhogen namelijk de expressie van GAD67 in de hippocampus en frontale pallium. Bovendien voorkomt het de

Mede doorway deze studiecijfers wordt ook e belangrijke aanwijzing gegeven dat de ziekte weliswaar niet geheel is toe te schrijven aan erfelijkheid. Dit wordt voornamelijk gebaseerd op het feit dat monozygote tweelingen voor 100% dezelfde genen hebben, terwijl de kans dat de ene helft van e tweeling de ziekte heeft maar 48% is en niet 100%. Waarschijnlijk speelt dus de omgeving ook e rol in het ontstaan van schizofrenie [4].

Er is bovendien e relatie tussen e verlaagde expressie GAD67 en e verhoogde histon deacetylase one (HDAC1) activiteit. Histon deacetylases zorgen voor de verwijdering van acetyl aan de residuen van histonen en histon acetyltransferases (HAT’s) zorgen voor de verbinding van acetyl groepen aan de residuen. HDAC1 is e proteïne in de kern, met prim fosforylatie plaatsen. Fosforylatie reguleert niet alleen de activiteit, maar ook de proteïne-proteïne composite formatie. Bij patiënten met schizofrenie is er e verhoogde deacetylase activiteit waarneembaar en beperkte chromatine in de prefrontale pallium. Dit verklaart e aantal symptomen van schizofrenie, zoals verstoringen op het cognitieve gebied, de negatieve symptomen, e verlaagd metabolisme en e lage motivatie [23][25].

ReproductionAangezien schizofrenie zich pas tijdens of na de adolescentie openbaart, speelt de omgeving e rol. Indien DNA methylatie e mechanisme is welke bijdraagt aan het bit wanneer de ziekte zich openbaart, dan is er sprake van dynamische DNA methylatie welke beïnvloed wordt threshold omgevingsfactoren. Uit meerdere onderzoeken komt naar voren dat de postnatale omgeving directe invloed heeft op de DNA methylatie van verscheidene genen. De rol van DNA methylatie bij schizofrenie zal besproken worden aan de handwriting van het dopamine-, GABA-, glutamaat- en het serotonine systeem.

[1] Tania L. Roth, Farah D. Lubin, Monsheel Sodhi en Joel E. Kleinman. Epigenetic mechanisms in schizophrenia. Biochimica et Biophysica Acta 2009; 1790: 869-877.

Straub en collega’s namen e gebied binnen chromosoom 6p wat gelinked was aan Ierse families. Hoewel schizofrenie nog ongeneesbaar is, worden er dankzij velen onderzoeken op dit gebied steeds effectievere behandelingsmogelijkheden ontwikkeld.NoSamenvattend, familie-, tweeling- en adoptiestudies hebben het bestaan van e genetische part bevestigd in de etiologie van schizofrenie, maar ook benadrukken ze het belang van omgevingsfactoren.DAAOPopulations studied22q11 Naast deze genen bleken er nog vijf andere genen te zijn die eveneens mogelijk geassocieerd werden met het ontstaan van schizofrenie. Namelijk, G72, DAAO, RGS4, COMT en PRODH (Tabel 1.) [6][7].

Venue

[26] DK Lahiri, B Maloney en NH Zawia. The Larn example: an epigenetic account for idiopathic neurobiological diseases. Molecular Psychopathology 2009; 14: 992-1003.Uit eerdere studies is gebleken dat er minstens zeven genen betrokken zijn bij processen die geassocieerd worden met schizofrenie. Deze studies, zie tabel 1, concentreerden zich op chromosomale gebieden die betrokken waren bij al eerdere studiegegevens, en gebruikten divers methodes om bingle base polymorphisms (SNPs) te identificeren, die betrokken waren bij schizofrenie, en “kandidaatgenen” te identificeren die bijbehorende SNPs en haplotype (e combinatie van SNPs) bevatten [6]. E pre-epimutatie zou het risico op schizofrenie verhogen, maar is niet voldoende om de ziekte te krijgen. De uitkomst van de ziekte is afhankelijk van het gist van pre- en postnatale factoren op deze pre-epimutatie. Het epigenetische patroon verandert doorway de tijd threshold externe omgevingsfactoren die de epigenetische misregulatie doen toe- of afnemen. Het kan tientallen jaren duren totdat de epigenetische misregulatie e kritiek gage bereikt en de cel of het weefsel niet meer normaal functioneert. E fractie van de mensen met e dergelijke predispositie bereiken de drempelwaarde van de epigenetische misregulatie, wat resulteert in de klinische symptomen van schizofrenie. Dit zou dan kunnen verklaren waarom schizofrenie zich gemiddeld pas openbaart tussen het 15e en 30e levensjaar. Bovendien, zo wordt gesteld, zou de epigenetische misregulatie fluctueren met de tijd, wat kan leiden tot remissie en lapse. In sommige gevallen zouden epimutaties zelfs hersteld kunnen worden, wat gezien wordt bij gedeeltelijk herstel van schizofrenie [22].

(neuregulin-1)

USA

[15] W. Michael Steer, Karen Cardon, Juan Bustillo, Rosalinda C. Roberts en Nora I. Perrone-Bizzozero. Neutered Aspect of Genes Convoluted in GABAergic Transmitting and Neuromodulation of Granule Cubicle Activeness in the Cerebellum of Schizophrenia Patients. AM J Psychopathology 2008; 165: 1594-1603.

[13] Schahram Akbarian. The molecular pathology of schizophrenia – center histone and DNA modifications. Brainpower inquiry bulletin 2009.

PRODH

(catechol-O-methyltransferase)

COMT

Bovendien kan er e verband worden gelegd tussen epigentische mechanismen en het import waarop schizofrenie ontstaat. De reden hiervoor is dat omgevingsfactoren e burden hebben op de epigenetische factoren. Voordat daadwerkelijk de klinische symptomen optreden kunnen er jaren verstrijken.

Antipsychotica zoals clozaril en risperidone blokkeren beiden de 5-HT2A receptoren. Daarnaast hebben ze ook gist op het intropin systeem zoals hieronder te lezen is.

USA, Israel, Chinese

RGS4 (governor of G-protein signaling-4)

Relevant transgenic creep phenotype

Irish

[2] Kim T Mueser en Susan R McGurk. Schizophrenia. The Lance 2004; 363: 2063-72.

[23] Rajiv P. Sharma, Dennis R. Grayson en David P. Gavin. Histone deactylase one reflection is increased in the prefrontal pallium of schizophrenia subjects: Psychoanalysis of the Internal Mentality Databank microarray collecting.Schizophrenia Search 2008; 98(1-3): 111-117.

[21] Bart P. F. Rutten en Jonathan Pulverization. Epigenetische Intermediation of Environmental Influences in Major Psycho Disorders. Schizophrenia Bulletin 2009; 35: 1045-1056.

[7] Michael C. O’Donovan, Nigel M. Williams en Michael J. Owen. Late advances in the genetics of schizophrenia. Thrum Molecular Genetics 2003.

Anterior linkage

Icelandic

Het Secretogranin II (SCG2) gen is ook gedysreguleerd. Dit gen codeert voor e proteïne dat gelegen is op neuronale blaasjes en de afgifte van glutamaat stimuleert. SCG2 is gehypomethyleerd en de expressie kan gereguleerd worden threshold de behandeling met li [20].

De NMDA receptoren spelen e belangrijke rol bij leren en geheugen. Er is gebleken dat NMDA receptor antagonisten, zoals pcp, ketalar en MK-801, bij gezonde mensen schizofrenie-achtige symptomen teweeg brengen. Met gens de negatieve symptomen en cognitieve tekorten werden zichtbaar. Bovendien verslechterden patiënten met schizofrenie die de antagonisten kregen voorgeschreven. Dit is bevestigd met diermodellen. E veelbelovende behandeling kan dus e verhoging van de NMDA receptoren transmissie zijn [19].

Metabotrofe glutamaat receptoren hebben zeven transmembraan domeinen, die gecodeerd worden doorway acht genen. Deze genen zijn te verdelen in: typecast one (mGluR1 and 5), case II (mGluR2 and 3) and typewrite III (mGlur4, 6, 7, 8).

[3] Davidson L, Schmutte T, Dinzeo T en Andres-Hyman R. Remittance and recuperation in schizophrenia: practician and patient perspectives. Schizophrenia Bulletin 2008; 34(1): 5-8.

[9] Maarten van den Buuse. Mold the Incontrovertible Symptoms of Schizophrenia in Genetically Limited Mice: Pharmacology and Methodology Aspects. Schizophrenia Bulletin 2009;

Eén mogelijke behandeling voor schizofrenie grijpt aan op de D2 receptoren in het striatum. Antipsychotica zoals risperidone blokkeren de postsynaptische D2 receptoren en de autoreceptoren (D2) op de presynaptische cel. De blokkering van deze autoreceptoren leidt tot e upregulatie hiervan. Als gevolg van deze upregulatie vindt er meer negatieve feedback plaats en zal de dopastat synthese na e tijdje verminderen. Risperidone zorgt dus voor e stabilisatie in de dopastat synthese capaciteit. E nadeel is dat de blokkering van dopastat D2 receptoren vaak leidt tot bewegings-gerelateerde bijwerkingen, waarvan sommige zelfs lijken op de ziekte van Parkinson [12]. Chaves, C.R. Brand, C. Trzesniak, J.P. Machado de Sousa, A.W. Zuardi, J.A.S. Crippa, S.M. Dursun en J.E.

De studies met tweelingen wijzen uit dat als iemand met schizofrenie er één van e tweeling is, dan heeft de tweelingbroer of -zus ook e verhoogd risico op schizofrenie [4]. Met andere woorden, er is gekeken naar de kans dat de ene tweelinghelft dezelfde ziekte heeft als de andere tweelinghelft. In wezen is deze kans/risico hoger voor monozygote tweelingen (48%) vergeleken met dizygote tweelingen (17%) [4]. Monozygote tweelingen zijn immers genetisch identiek terwijl dizygote tweelingen gemiddeld 50% van hun genen gemeenschappelijk hebben, evenals broers of zussen die geen tweeling zijn [2][4]. Met behulp van deze gegevens kan er e schatting gemaakt worden van de correlatie tussen mono- en dizygote tweelingen waardoor vervolgens het belang van genetische factoren in het ontstaan van schizofrenie kunnen worden geschat. Uit deze tweelingstudies blijkt uiteindelijk dat threescore tot 80% van de variatie in schizofrene symptomen te wijten is aan genetische factoren [2][4].

Gavin en Rajiv P. Sharma. Histone modifications, DNA methylation, and Schizophrenia. Neuroscience and Biobehavioral Reviews 2008;

[11] Gabriel Oh en Arturas Petronis. Environmental studies of schizophrenia done the prism of epigenetics. Schizophrenia Bulletin 2008; 34(6) 1122-1129.

pathophysiological implications].

Failed

Cistron

Het toedienen van GABA kan niet dienen als medicatie, aangezien het onder normale condities de bloed-hersenen barriere niet kan passeren. Het kan echter wel geconjugeerd worden met vetachtige aminozuren of peptides, zodat het doorway deze barriere heen kan. Er wordt verwacht dat e gecombineerde behandeling van antipsychotische middelen met GABAerge receptor agonisten, kan resulteren in e effectieve behandeling van de dysregulatie van het GABA-glutamaat. Bovendien treden er verminderde extrapyramidale symptomen (EPS) op [15][16].

l-methionine verhoogde hypermethylatie van GAD67 promoters [14].

(D-aminoacid oxidase)

Just fill out this form: